
Ik moet een jaar of zes geweest zijn toen ik kindertelevisie een tijdje de rug toekeerde. Niet omdat ik me plots als een kleine betoger tegen de commercialisering van kinderprogramma’s ging verzetten, maar wel door een jeugdtrauma dat tot op de dag van vandaag moeilijk verwerkt raakt. Toen ik nog een klein en onschuldig broekventje was, stuurde ik mijn mooiste knutselwerkje op naar het ochtendprogramma van Kabouter Plop. Plops melkherberg, gemaakt uit een grote luciferdoos: tiptop in orde en tot in de details afgewerkt. Vreugde alom wanneer bleek dat mijn werkje daadwerkelijk in het programma te zien zou zijn, maar dan: zondagmorgen, videorecorder geprogrammeerd en klaar voor de buis. Halverwege het programma kwam mijn knutselwerkje in beeld! Een gelukkiger kind had je je waarschijnlijk niet kunnen voorstellen, maar toen… Vanuit het niets begon die trut van een kabouter Kwebbel mijn werkje uit te lachen: ‘Een vierkante paddenstoel!’ De grootste sloerie van het kabouterbos stikte bijna van het lachen, terwijl ze mijn mooiste moment aan het kapot maken was. Tot op de dag van vandaag vind ik het nog altijd jammer dat ze er niet daadwerkelijk in gestikt was. Nog diezelfde zondagmiddag besloot ik om geen kinderprogramma’s meer te bekijken. Kindervrienden? Mijn gat!
Lang heeft mijn protestactie uiteindelijk niet geduurd. Het was nochtans redelijk eenvoudig in die tijd om van kindertelevisie weg te blijven, veel bestond er namelijk niet. Op Ketnet en het ochtendblok van VTM na was er vrijwel geen aanbod voor kinderen of je moest al in het aanbod van de Nederlandse zenders gaan zitten neuzen. De jaren nadien zou daar heel wat verandering in komen. Kinderzenders schoten als paddenstoelen uit de grond. Of al dat extra aanbod voor kinderen nu zo positief is, is maar de vraag.
Vijf minuten
Laat ons even teruggaan in de tijd. We spreken eind jaren negentig en ik zit wat televisie te kijken. Welk programma het juist was, kan ik me niet herinneren. ‘Zit jij nu alweer televisie te kijken?’ zegt mijn moeder. ‘Ja mama’, antwoord ik met een vleugje desinteresse. ‘In mijn jonge tijd zaten wij op woensdagnamiddag te wachten tot het programma van Nonkel Bob op tv kwam. Tegenwoordig geven ze niets anders dan kinderprogramma’s.’ Daar had ze gelijk in. Met de komst van Ketnet in 1997 werden de Vlaamse kinderen meer en meer verwend met televisie op hun maat. Vanuit de openbare omroep was het natuurlijk verplicht om ook de kinderen te voorzien in hun televisiebehoeftes, maar ook de commerciële zenders zagen daar toekomst in.
Eén probleem: de overheid wou, met het oog op de bescherming van de kinderen, geen reclame rond kinderprogramma’s. Daarom werd de befaamde vijfminutenregel ontworpen. Door die regel werd het de commerciële omroepen verboden om vijf minuten voor en na een programma, bedoeld voor – laat ons even hip doen – de kids, reclame uit te zenden. Een doorn in het oog van elke commerciële zender, want welke adverteerder is daar nu in geïnteresseerd?
Het mag geen verrassing zijn dat er uiteindelijk veel overtredingen kwamen op deze regel. De commerciële omroepen hadden nochtans enkele simpele omwegen gevonden om de regel te kunnen omzeilen. Zo werden er voor en na kinderprogramma’s bijvoorbeeld muziekclips uitgezonden. Die clips vielen niet onder de noemer kinderprogramma, maar zorgden er natuurlijk wel voor dat kinderen bleven kijken en zo wel reclame op hun bord kregen. De regel bleef jaren in stand, maar een kaper op de kust zorgde er uiteindelijk voor dat de regel op zijn voetstuk begon te wankelen. In 2003 gooide Nickelodeon zich op de Vlaamse televisiemarkt en die zender zond rond zijn programma’s wel reclame uit. Hoe kon dat? Wel, omdat Nickelodeon via een Nederlandse licentie uitzond in België, wat vergelijkbaar is met het ontstaan van VT4 dat in zijn beginperiode met een Britse licentie werkte. Ook Cartoon Network verscheen rond diezelfde tijd op de Vlaamse beeldbuis, maar die zender zond geen reclame uit.
Hoewel Nickelodeon weinig tot geen marktaandeel wegkaapte van de gevestigde waarden, voelden de Vlaamse commerciële omroepen zich toch benadeeld door de overheid. Over het afschaffen van de vijfminutenregel werd veel gedebatteerd, maar uiteindelijk was het onder druk van Europa (met het Televisie Zonder Grenzen-plan) dat de vijfminutenregel in januari 2007 definitief afgevoerd werd. Daarmee was de geboorte van de eerste, volledig Vlaamse, commerciële kinderzender bezegeld. Op 1 oktober 2009 zag vtmKzoom het levenslicht. Op het einde van datzelfde jaar verscheen ook Disney Channel op het toneel en ondertussen blies Cartoon Network de aftocht. Het Op 12-verhaal van Ketnet zal ondertussen wel bekend zijn, me dunkt.
Educatief?
Vandaag zitten we met zo’n vier kanalen voor kinderen in Vlaanderen, alle digitale zusterzenders niet meegerekend: een klein overaanbod zouden we dus kunnen zeggen. Of al die kindertelevisie nu goed is voor de kleinsten onder ons, daar zijn de meningen over verdeeld. In se komt het hierop neer: voor elke onderzoek dat een voordeel van kindertelevisie aan het licht brengt, bestaat er wel een onderzoek dat het tegendeel beweert. Een echt sluitend oordeel vellen is dus moeilijk, zo niet onmogelijk, maar als we alles naast elkaar leggen lijken de nadelen van overmatig televisiegebruik bij kinderen wel door te wegen. Een handvol van de kwalijke gevolgen zijn bijvoorbeeld obesitas, een afnemend concentratievermogen en een slechtere taalbeheersing. Al die nadelen in acht nemend, verbaast het me dat het in mijn latere leven niet slechter met mij is afgelopen.
Als we er een aspect willen uitlichten, dan is het wel de educatieve kant van kindertelevisie. Kan educatieve televisie kinderen nu iets bijleren? Uit experimenten aan de Amerikaanse Vanderbilt University blijkt van niet. Tijdens de experimenten werd aan een groep van tweejarige kinderen een video getoond waarin interactie met de kijkertjes geënsceneerd werd (denk aan ‘Dora the explorer’ en ‘Blue’s clues’). Tijdens het filmpje verstopte een man een knuffel in een nabijgelegen kamer. Nadien werd aan de kindjes gevraagd om de knuffel te gaan zoeken. Slechts 35% wist de knuffel uiteindelijk terug te vinden in diezelfde kamer. De andere groep kinderen kreeg een video te zien waarin wel echt sociaal contact zat. Dat gebeurde via een webcam. Bij die tweede groep vond 69% de knuffel wel terug.
Uit Amerikaans onderzoek blijkt ook dat de taalgevoeligheid van kinderen absoluut niet gebaat is bij overmatig televisiegebruik. Veel ouders (en zelfs kinderdagverblijven!) zien de televisie als een goedkope babysit en plaatsten kinderen achteloos voor de beeldbuis. Volgens de studies loopt het kind daardoor echter veel sociaal contact met de ouders mis. Er vinden te weinig gesprekken plaats ouder en kind en daardoor zal het kind zijn taalgebruik niet kunnen verruimen. De Belgische psycholinguïst Wouter Duyck beweert dan weer het tegenovergestelde: ‘Het medium kan de schoolrijpheid van kinderen gunstig beïnvloeden en hun resultaten bevorderen’, zei Duyck hierover in Taalschrift, het tijdschrift van de Nederlandse Taalunie. ‘Zo blijkt uit een experimenteel onderzoek dat kinderen zich nieuwe woorden eigen maken wanneer ze tv kijken. Die woorden gebruiken ze later actief en correct in gesprekken. Je hoort een vierjarige dan plots spreken over een automatische piloot na het bekijken van een tekenfilm als ‘WALL-E’. Het gaat bovendien om meer dan louter woordjes opvangen.’ Dit gaat echter niet op voor alle kinderprogramma’s. Zo moeten de personages uit de reeks het kind liefst direct aanspreken vooraleer het kind iets beter zal opnemen. Als voorbeeld haalt Duyck ‘Dora the explorer’ en ‘Blue’s clues’ aan. Je ziet: tegenstrijdigheid heerst over dit onderwerp.
Bumba de dictator
Het grote kindertelevisiedebat in onze contreien is uiteindelijk gestart naar aanleiding van het toelaten van reclame en tot op heden lijkt die bittere pil nog steeds niet helemaal verwerkt bij de doorsnee Vlaming. Een veelgehoord argument om kinderen zorgeloos naar Ketnet te laten kijken en bijvoorbeeld niet naar Kzoom of Nickelodeon, is omdat die zender geen reclame uitzendt. De Vlaamse reclamemakers zullen het niet graag horen, want kinderen zijn nu eenmaal een belangrijke doelgroep, vooral ook naar de toekomst toe. Of kinderen nu echt beïnvloed worden door reclame, is ook niet duidelijk, want veel onderzoek naar de invloed van reclame op kinderen is er niet naar gedaan. Veel hangt af van de leeftijd van het kind, maar zekerheden zijn er niet.
Dat kinderen op Ketnet veilig zitten voor reclame is daarmee niet gezegd, allerminst zelfs, want reclame komt in vele vormen. Van de traditionele reclamespot blijven ze dan misschien wel gevrijwaard, maar van programma’s die als een groot commercieel product gecreëerd worden dan weer niet. Bumba mag dan misschien wel lief en schattig lijken, uiteindelijk is het enige doel van dat Studio 100-figuurtje om zo veel mogelijk brooddozen en boekentassen met zijn beeltenis erop te verkopen. Hetzelfde met ‘Mega Mindy’, ‘Galaxy park’ en uiteindelijk bijna alle andere programma’s van privébedrijven op de openbare omroep – we moeten de beschuldigende vinger immers niet altijd naar het huis van de hond wijzen. Een kind leren omgaan met reclame is dus het beste wat je als ouder kan doen.
Dat telt natuurlijk niet alleen voor reclame. Dat je hersenloze zombies creëert door kinderen alleen maar televisie te laten kijken is niet bewezen, maar je moet kinderen wel leren omgaan met de media. Niet alles wat je in de media ziet of hoort is per se echt en dat kun je best van op jonge leeftijd aanleren. Zeker in deze tijden van internet en communicatie is dat een must. Elk kinderprogramma heeft in deze tijd wel een website of een eigen applicatie en die zijn niet altijd zo childproof als ze eruit zien. Leer een kind hoe het daarmee moet omgaan en het staat al een stap verder in de toekomst. Zulke wijsheden zal het zeker niet van televisie leren.
Voor Cutting Edge – Gepubliceerd op 24 juni 2012